PUSKÁS (PURCZELD) Ferenc
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
PUSKÁS OVERLEDEN... |
![]() |
Puskás "Öcsi" Ferenc, zoals hij in onze herinneringen zal blijven voortleven, óók al is hij er niet meer... |
Geboren: 2 april 1927 (Kispest - Hongarije)
Overleden: 17 november 2006 (Budapest) - was samen met Grosics en Buzánszky, de laatste overlevende van de glorieuze Hongaarse ploeg.
Club(s):
Als speler: Kispesti AC (1939/1949), Bp. Honvéd SE (1949/1956), Espanyol (1956), Real Madrid 1958/1966)
Als trainer: Deportivo Alavés Vitoria (1966-67), San Francisco Gales (1967), Vancouver Royals (1968-69), Panathinaïkos (1969-74), Real Murcia (1974-75), Colo Colo (1975/1977), AEK Athene (1978-79), Al-Masri Port Said (Egypte 1979-80 en 1984-85), Club Sol de América (1985-86), Cerro Porteño (1986-89), Panhellenic Melbourne (Australië 1990-91), Hongarije (interim trainer 1993)
Positie: Voorspeler (linksbinnen)
Biografie:
Puskás Ferenc werd geboren in Kispest, een dorp aan de rand van Budapest en als kind woonde hij in een flat naast het voetbalveld van Kispest AC. De familiegeschiedenis wil dat hij zo gauw hij kon lopen op een bal begon te trappen met zijn linkervoet. Zijn eerste voetballessen kreeg hij van zijn vader, Puskás Ferenc Sr., die een semi-professioneel voetballer was, eerst bij Vasas, dan bij Kispest, waar hij ook trainer werd. Deze stierf echter reeds op 49-jarige leeftijd in 1952, het jaar waarin de Hongaarse ploeg met zijn zoon Ferenc Jr. de Olympisch Spelen zou winnen. Hun oorspronkelijke familienaam was 'Purczeld', een naam die de Germaanse origine van hun voorvaderen weergaf. Wanneer het nationalisme onder het Horthy regime opkwam, dienden Hongaren met vreemd klinkende naam, die naam te wijzigen. En rond 1935 werd de naam van de Purczeld familie gewijzigd in 'Puskás'.
![]() |
De kleine Puskás Ferenc (rechtstaand links) met het Kispest Junior Team en uiterst rechts zijn vader (in donkere vest) (Hongaars Sportmuseum) |
De beste vriend van Puskás was de anderhalf jaar oudere Bozsik József. Wanneer Puskás drie jaar was, kwam er een jongetje in de flat naast hen wonen; het was Bozsik ‘Cucu'. Zij werden vlug vrienden en leerden hun voetbal op de straat. Alhoewel een aansluiting bij een voetbalclub pas mogelijk was vanaf 12 jaar, lukte het Puskás toch zich reeds in 1936, onder de naam van Miklós Kovács en zogezegd geboren in 1925, bij Kispest aan te sluiten. Heel wat mensen wisten van die kleine fraude af, zelfs tegenstrevers, maar niemand gaf er om. Zo kon hij met zijn vriend Bozsik samen spelen bij Kispest. Hij was toen slechts negen jaar oud, maar op dat ogenblik reeds een buitengewoon begaafd talent. Op 16-jarige leeftijd maakte hij op 5 december 1943 zijn debuut in het eerste team van Kispest. Die match werd met 3-0 verloren tegen Nagyvarad, maar reeds in zijn derde wedstrijd, op 12 december, scoorde hij al zijn eerste doelpunt. In 1948 werden de beide vrienden, samen met alle andere spelers getransfereerd naar een nieuwe ploeg, Honvéd, de ploeg van het Hongaarse leger. Puskás werd dat jaar zelfs bijna naar Sporting Anderlecht getransfereerd. Hij eiste echter dat zijn vader trainer werd van Sporting, maar Anderlecht had reeds aan zijn vooroorlogse trainer Ernest Smith gevraagd om de ploeg terug te coachen. Een gemiste kans voor Anderlecht.
![]() |
![]() |
![]() |
Huwelijksfoto van Ferenc en Erzsébet in 1951 (Hongaars Sportmuseum) |
Ferenc en zijn dochtertje Anikó in zijn appartement in Madrid. (Archiv Köln) |
Vader Puskás Ferenc Sr. . |
Hij huwde in 1951 met Bözsi Erzsébet, een handbalspeelster. Samen hebben zij een dochter, Anikó, die juist voor het vertrek van Ferenc naar de Olympische Spelen in Finland geboren werd, en twee kleindochters (Elizabeth en Réka), waarvan er één ook voetbal speelde, en die op hun beurt voor twee achterkleindochters zorgden.
Puskás kreeg eerst 'Puskás Öcsi' (de kleine man) als bijnaam en later 'Puskás Bácsi' (oompje), of 'Száguldó õrnagy' (the Galloping Major) ofwel “de Napoleon van het Voetbal”, naar zijn gedrongen gestalte. Als volwassene was hij inderdaad een eerder kleine, gedrongen, met een tonachtige borstkas en met overwicht kampend legerofficier, zonder kopspel en met maar één been, zijn linker, maar tevens één van de beste voetbalspelers ooit. Zijn linkervoet deed de doelmannen sidderen wanneer hij dichter dan 30 meter van hun doel kwam. Zijn vader leerde hem wel zijn rechtervoet te gebruiken, maar tijdens matchsituaties trapte hij alleen bewegende ballen met die voet.
![]() |
Voor Honvéd zou hij 154 doelpunten scoren in 179 wedstrijden voor het kampioenschap van Hongarije. Op zijn 18de vervoegde hij het nationaal elftal, dat vanaf 1949 aan een ongeslagen zegereeks van vijf jaar zou bouwen. Zijn eerste internationale match was op 20 augustus 1945 in Budapest tegen Oostenrijk, gewonnen met 5-2, en hij scoorde éénmaal. Ook zijn laatste match voor Hongarije zou tegen datzelfde Oostenrijk zijn, toen op 14 oktober 1956 in Wenen werd gewonnen met 0-2 en hij opnieuw scoorde. Majoor bij het leger, werd hij tevens kapitein, topscorer en ster van het Hongaarse team dat de vroege jaren ‘50 domineerde, tot de finale van de Wereldbeker 1954 verloren werd tegen West-Duitsland met 3-2. Hij werd mee Olympisch kampioen in 1952 en had een sleutelrol in de match van de eeuw tegen Engeland, gewonnen met 3-6 op Wembley. Puskás nam ook deel aan de match op de Heizel tegen België op 3 juni 1956, door Hongarije verloren met 5-4, en waar hij het eerste doelpunt scoorde voor de Hongaren (1-1). Voor de nationale Hongaarse ploeg zou Puskás uiteindelijk 84 doelpunten scoren in 85 wedstrijden (tussen 20/8/1945 en 14/10/1956), vooraleer hij zijn land zou verlaten na de revolutie van 1956.
Geschorst door de FIFA, verbleef hij eerst een jaar in Oostenrijk, maar kreeg er geen verblijfsvergunning. Italiaanse clubs, zoals AC Milan en Juventus hadden geen interesse om hem als speler aan te werven. 30 Jaar oud, beschouwd als te oud en te dik, ging hij dan in 1957 zijn geluk beproeven in Spanje, waar hij eerst een jaar bij Espanyol vertoefde, vooraleer hij in 1958 een contract bij Real Madrid CF aangeboden kreeg, dankzij zijn vroegere manager Emil Osterreicher, die toen technisch directeur was bij de Spaanse club. Hij vermagerde 10 kilo, stopte met alcohol te drinken tot het einde van zijn voetballoopbaan in 1966. Hij liet zich tot Spanjaard naturaliseren, zou al vlug bekend worden als 'Cañoncito Pum' - het kleine donderende kanon - en beleefde, een prachtig duo vormend met Alfredo di Stefáno, een tweede carrière met Real Madrid, waarmee hij vijf kampioentitels veroverde, een Spaanse beker en driemaal de Europese Beker voor Landskampioenen won. Voor Spanje speelde hij vier matchen in de nationale ploeg. De eerste match had plaats op 12 november 1961 tegen Marokko, winst met 1-0. Zijn laatste match voor Spanje had plaats op 6 juni 1962 tegen Brazilië, verlies met 1-2.
Tijdens gans zijn carrière als speler speelde hij 1300 matchen en scoorde 1176 doelpunten.
![]() |
![]() |
Puskás Ferenc, met mogelijk het beste linkerschot uit de voetbalgeschiedenis. |
Ferenc aan de zijde van Fritz Walter, op weg naar de finalematch op de Wereldbeker 1954. |
![]() |
Een spelerslicentie van Ferenc bij Real Madrid, gedateerd van 1 juli 1965. |
![]() |
![]() |
Ferenc in het maillot van Real Madrid |
Puskás Ferenc met Alfredo di Stefáno |
![]() |
|
Kopa, Rial, di Stefáno, Puskás Ferenc & Gento vormden een fameuze voorlijn bij Real Madrid |
|
![]() |
|
Real Madrid: rechtstaand van links naar rechts: Domingues, Marquitos, Santamaria, Lesmes, Zarraga en Ruiz gehurkt: Bueno, Didi, Di Stefáno, Puskás en Gento (foto: Nummer 4) |
|
Na het stopzetten van zijn spelerscarrière in 1966, zou Puskás zich concentreren op het trainerschap, met bescheiden resultaten weliswaar. Toen zijn goede vriend Bozsik József stierf in 1978, was Puskás, tot eigen spijt, niet aanwezig op diens begrafenis. Hij had inderdaad gezworen nooit meer terug te keren naar Hongarije, door wie hij zich onrecht voelde aangedaan. Maar het was tevens een feit dat Puskás officier bij het leger was toen hij naar Spanje vluchtte in 1956, zodat hij feitelijk als deserteur geboekt stond en aangehouden dreigde te worden bij zijn terugkeer naar zijn geboorteland. Pas na 25 jaar afwezigheid kwam Puskás in 1981 terug naar zijn geboorteland, na lang aandringen van velen, waaronder Sebes, zijn vrouw Erzsébet, hoogstaande Hongaarse politici en een beroemd Hongaars filmregisseur. Het opzet was hem deel te laten nemen aan een samenkomst van het vroegere Golden Team én aan een filmproject over dat team. Hij werd ontvangen als een held, maar het zou nog 11 jaar duren eer hij zich permanent zou vestigen in Budapest, waar hij nu nog woont. Zijn langdurige afwezigheid had waarschijnlijk alles te maken met de pijnlijke herinneringen die hij had over zijn behandeling in Budapest na de WK nederlaag van 1954 én zijn schorsing van één jaar door de Hongaarse Voetbalbond, na zijn niet-terugkeer uit het buitenland begin 1957. Deze schorsing werd door de FIFA wereldwijd uitgebreid tot anderhalf jaar.
Na zijn definitieve terugkeer werd hij in 1993 interim trainer van de Hongaarse nationale ploeg gedurende drie maand voor de kwalificatiematchen voor de Wereldbeker 1994. De Hongaren wonnen slechts twee van hun acht matchen en slaagden er dus niet in zich te kwalificeren voor de finales in Amerika, maar een grote nationale held was vergeven voor wat vroeger gebeurde. Nadien bleef hij actief voor de Hongaarse voetbalfederatie, nooit moe om anekdotes te vertellen, terend op zijn rijk voetbalverleden.
Zijn dochter, Anikó, die gehuwd is met een Spaans architect woont nog steeds in Spanje, in San Sebastian. Ook haar twee dochters, Elizabeth en Réka, verblijven in dezelfde stad.
![]() |
![]() |
Ferenc en Erzsébet bekijken het fotoboek 'Puskás', van Szöllosi György. |
|
In 1997 kreeg hij de 'Olympic Merit Award' van het Internationaal Olympisch Comité. Nog in het begin van 1997 ontving hij een award op het 'Football Gala of the Century' in Munchen, als diegene die de meeste doelpunten scoorde in de wereld: 512 tijdens 528 competitiewedstrijden (voor Kispest, Budapesti Honvéd en Real Madrid), gebaseerd op de data van de Duitse organisatie die de statistische gegevens van het voetbal bijhield (zie bovenstaande afbeelding van zijn wereldrecordcertificaat afgeleverd door het IFFHS.
In 1999 kreeg hij de titel van 'Honorary Ambassador of Hungarian Sports' en in 2001 werd hij verkozen tot beste mannelijke sportman van de 20ste eeuw bij een stemming georganiseerd door Nemzeti Sport onder de auspiciën van het Hongaars Olympisch Comité.
Uit respect voor hem zal zijn voormalige club Honvéd zijn rugnummer 10 nooit meer aan een andere speler toekennen.
Op zijn 75ste verjaardag in 2002, herdoopte de Hongaarse regering het grootste voetbalstadion van Hongarije, het 'Budapest Népstadion', in het 'Puskás Ferenc Stadion'.
Hij was sinds 2000 gehospitaliseerd in het
Kútvölgyi-korház (=Ziekenhuis van de Bronvallei) in Budapest wegens arteriosclerose, maar hield er aan aanwezig te zijn bij de inhuldigingsplechtigheden. Hij zou er een aantal grootheden opnieuw ontmoeten, zoals Alfredo di Stefáno, Emilio Butragueno, Grosics Gyula en Buzánszky Jenõ, naast andere hoogwaardigheidsbekleders en spelers.
Puskás leed tevens aan een vorm van de ziekte van Alzheimer, waarbij een 24 uur medisch toezicht nodig is. Om aan de ziekenhuiskosten voor de behandeling van zijn ziekte tegemoet te komen, werd op zondag 14 augustus 2005 in het 'Puskás Ferenc Stadion', voor ongeveer 50.000 toeschouwers, een benefietwedstrijd gespeeld tussen Real Madrid en het 'Puskás All-Stars XI team onder leiding van bondscoach Lothar Matthäus (lees hierover verder in bijgaand artikel) .
POSTZEGELS met PUSKÁS FERENC |
![]() |
![]() |
ERELIJST :
![]() |
Puskás Ferenc, 75 jaar op 2 april 2002, maar nog steeds verliefd op het voetbal. |
Club:
* Vijfmaal Hongaars Kampioen met Kispest Honvéd: 1949-1950, 1950, 1952, 1954 en 1955
* Viermaal Hongaars topscorer met Kispest Honvéd: 1947/48 (50 doelpunten), 1949/50 (31), 1950 (25) en 1953 (27)
* Europees topscorer (nu Gouden Bal) met Kispest Honvéd: 1948 (50 doelpunten)
* Beste Hongaarse speler van de eeuw
* Vijfmaal Spaans Kampioen met Real Madrid: 1961, 62, 63, 64 en 65
* Spaanse Beker (Copa del Rey) met Real Madrid: 1962
* Viermaal Spaans topscorer met Real Madrid (Pichichi prijs): 1960, 1961, 1963 en 1964
* Driemaal Europese Beker voor Landskampioenen met Real Madrid: 1959, 60 en 66
* Intercontinentale Beker voor Clubs met Real Madrid: 1960
* Tweede in de Gouden Bal 1960
* 372 matchen en 312 doelpunten voor Real Madrid
* 4de beste Europese speler van de eeuw (IFFHS - International Federation of Football History and Statistics)
* 6de beste speler van de eeuw (IFFHS)
* Best scorende speler van de 20ste eeuw (IFFHS)
* Enige speler die ooit 4 doelpunten scoorde tijdens de finale van een Europese Beker voor Landskampioenen (1960 met Real Madrid tegen Eintracht Frankfurt in Hampden Park voor 135.000 toeschouwers).
Nationaal elftal Hongarije :
* Olympisch Kampioen Helsinki 1952 (5 gespeelde matchen, 4 doelpunten gescoord)
* Tweede Wereldbeker Zwitserland 1954 (3 gespeelde matchen, 4 doelpunten)
* Winnaar Dr. Gerõ-Svehla Cup editie 1948-1953 (zeven matchen gespeeld)
* 85 caps
* 84 doelpunten
![]() |
Karikatuur van Puskás Ferenc. (http://tonio.uw.hu/sportolok.html) |
Nationaal elftal Spanje :
* 4 caps voor het Wereldkampioenschap 1962 in Chili: een kwalificatiematch tegen Marokko (1-0 winst op 12/11/1961) en drie matchen in Chili tegen Tsjecho-Slowakije (0-1 verlies op 31/5/1962), Mexico (1-0 winst op 3/6/1962) en Brazilië (1-2 verlies op 6/6/1962)
![]() |
Reunie 1995: |
![]() |
In 2002 werd het 'Népstadion' in Budapest door de regering omgedoopt tot het 'Puskás Ferenc Stadion'. |
![]() |
![]() |
||
In 2005 , bij zijn 78ste verjaardag ontving Puskás gelukwensen op zijn ziekenhuiskamer, in aanwezigheid van zijn echtgenote Erzsébet.
Foto links: zijn oude ploegmakkers Buzánsky Jenõ en Grosics Gyula ontbraken niet. Foto rechts: hij ontving bloemen van Berzi Sándor, de secretaris-generaal van de Hongaarse Voetbalbond (MLSZ). |
|||
Overlijden op 17 november 2006.
Puskás Ferenc werd op woensdag 13 september 2006 opgenomen op de afdeling intensieve zorgen van het Kútvölgyi korház in Budapest.
Niettegenstaande alle goede zorgen overleed Puskás Ferenc op 17 november 2006, om 7 uur 's morgens plaatselijke tijd, in het Kútvölgy Hospitaal. De doodsoorzaak lag bij cardiovasculaire en ademhalingsproblemen veroorzaakt door een longontsteking.
Puskás werd postuum bevorderd tot brigade-generaal.
Zijn begrafenis vond plaats op zaterdag, 9 december 2006.
Huldigingen
Precies één jaar na zijn overlijden werd op 17 november 2007 in Budapest de straatnaam van Újtemetõ utca omgedoopt naar hem, en werd de Puskás Ferenc utca. De straat is gelegen in het 19de stadsdistrict Kispest, rechtover het Bozsik József Stadion van Budapest Honvéd, de voormalige club van Puskás. Verder bevinden zich in die straat geen woningen, maar enkel een begraafplaats en een aantal bloemenwinkels. De burgemeester van Budapest, Demszky Gábor, en Gajda Péter, burgemeester van stadsdistrict Kispest, waren aanwezig tijdens het evenement.
Eigenlijk was de straat al in april
naar Puskás vernoemd, maar officieel dus pas op 17 november. Aanvankelijk bleek dit onmogelijk daar in Budapest enkel straten vernoemd mochten worden naar personen die minstens 25 jaar overleden waren. In oktober besliste de nemeenteraad van de hoofdstad dat voor Olympische kampioenen en Nobelprijswinnaars een uitzondering gemaakt kon worden. De weg lag dus open om Puskás met een straatnaam te huldigen
![]() |
![]() |
17 november 2007: de 'Puskás Ferenc utca' wordt ingehuldigd... |
|
Op 23 juni 2007 werd ook al een plein naar Puskás vernoemd in de gemeente Zalaszabar. Op het Puskás Ferenc tér kwam tevens een borstbeeld van de stervoetballer, een kunstwerk van Papp György Zoltán. De inhuldiging van het plein en het beeld werd bijgewoond door een aantal prominenten, zoals Bözsi Erzsébet, de weduwe van Ferenc, Jenõ Buzánszky, medespeler van Puskás in het Gouden Team, en José Emilio Santamaria en Ignacio Zoco Esparza, collega's van Puskás ten tijde van zijn carrière bij Real Madrid. Verder waren ook nog aanwezig: Mészöly Kálmán, Dunai Antal en Szendrei József.
![]() |
![]() |
Inhuldiging van het borstbeeld van Puskás Ferenc in Zalaszabar op 23 juni 2007... |
...waarbij Erszébet, de weduwe van Puskás Ferenc, voor haar gehuldigde echtgenoot diende te signeren. |
En op 7 december 2007 werd aan het Ministerie van Defensie een gedenkplaat aan de wereldberoemde Hongaarse voetbalspeler ingehuldigd. Zijn echtgenote Erzsébet, was samen met Kisteleki István, de voorzitter van de Hongaarse Voetbalbond, en Szekeres Imre, Minister van Landsverdediging, onder de aanwezigen.
![]() |
![]() |
...en op 7 december 2007 werd aan het Ministerie van Defensie een gedenkplaat ter ere van Öcsi bácsi ingehuldigd. |
|
Ter herinnering aan het groot Hongaars sportidool gaven gaven de Hongaarse Posterijen (Magyar Posta) op 24 september 2007 twee herdenkingsblaadjes uit, zonder postwaarde. Eén blaadje met handtekening (hierbij afgebeeld), en één zonder de handtekening van Puskás Ferenc.
![]() |
Commemoratieve uitgifte van 24/9/2007. |
![]() |
Erzsébet, de weduwe van Puskás, samen met FIFA-voorzitter Sepp Blatter bij de bekendmaking van de creatie van de 'Puskás Ferenc-trofee'. |
![]() |
![]() |
| De 'Puskás Ferenc-trofee' | Ronaldo krijgt de trofee uit handen van Erzsébet. |