Geboren: 29 april 1930 (Antwerpen)
Overleden: ------------------
Club(s) als speler: Beerschot (1946-61), Olympic Charleroi (1961-62), Crossing Schaarbeek (1962-63 tweede klasse), Berchem Sport (1963-64) en Tubantia Borgerhout (1964-65 derde klasse).
Club(s) als trainer: Berchem Sport (1971-74), Beerschot (1974-77), Berchem Sport (1977-81), Club Brugge (november 1981 tot maart 1982) en Beerschot (1982-84).
Positie : Midvoor
Biografie :
Rik Coppens was veel meer dan een begenadigde voetballer. Hij was en is nog steeds een buitengewoon kleurrijk en grappig figuur die toevallig ook uitstekend tegen een balletje kon trappen.
Coppens groeide op in de bloeiende vishandel van zijn ouders, aan de Lange Zavelstraat in de thans verloederde Antwerpse volkswijk 'de Seefhoek'. Veel tijd restte er in de drukke zaak van 'Moeke Vis'niet voor de opvoeding van hun ongedurige zoon, die overal met een bal speelde. 'Onze Rie' werd op kostschool gestuurd, ondermeer na de oorlog naar de Saint-Nicolas in Anderlecht, waar ook onder andere Paul Van Himst en Frankie Vercauteren school hebben gelopen. Het kwam er nooit van dat hij voor Anderlecht speelde, ook al zou hij daar met Jef Mermans perfect complementair geweest zijn.
Toen hij als tienjarig jongetje moest vluchten voor de oorlog, had hij besloten om voetballer te worden, nadat hij in het zuiden van Frankrijk in contact kwam met enkele Franse profs. Zij leerden hem "shotten". Maar pas als kadet zou Coppens noodgedwongen moeten kiezen tussen ijshockey en voetbal. Gelukkig voor ons koos hij dat laatste.
Hij werd de eerste naoorlogse topspeler in België, een 'enfant terrible' ook, even scherp met de tong als met de voeten. Coppens sloot zich aan bij Beerschot en maakte zijn debuut in de eerste ploeg in 1946 op 16-jarige leeftijd. De virtuoze balgoochelaar viel op door zijn onnavolgbaar dribbeltalent, dat hem tot één van de beste Belgische spelers aller tijden maakte, en zijn individualisme. Hij deinsde er niet voor terug zijn tegenstanders belachelijk te maken.
Coppens was voor zijn 18de al de absolute smaakmaker en publiekslieveling van het Kiel. De 'Paganini van de groene rechthoek', slaagde er ondanks zijn technisch vermogen niet in de paars-witten met hun glorierijk vooroorlogs verleden (zes kampioenstitels) te doen aanknopen, de derde plaats in het seizoen 1952-53 was het beste resultaat dat hij met Beerschot ooit behaalde.
Coppens was een tribunespeler. Als hij de toeschouwers kon vermaken, was hij tevreden. Gevraagd naar de hoogtepunten van zijn carrière, wijst naar een oefenmatch in 1960 tegen het Braziliaanse Santos. "We verloren met 1-10, maar na de wedstrijd sprak men maar over één fase, mijn doelpunt. Ik stond met mijn rug naar het doel, kreeg de tijd om de bal te controleren met de borst en trapte een "bicyclette" in de kruising. Ook Pelé zei dat één speler hem was opvallen, en dat was ik.''
Supporters van de tegenstander noemden hem 'Dikke Kont', omdat hij zijn achterwerk automatisch naar achteren drukte wanneer hij naar de bal keek. Coppens reageerde door met die 'kont' de bal af te schermen. En de verdedigers van de tegenstander, zoals altijd, stapelgek te dribbelen.
Het mocht niet verbazen dat de individualist Coppens wel persoonlijke trofeeën veroverde. Zo werd hij de allereerste winnaar van de 'Gouden Schoen' in 1954. Hij mocht het felbegeerde kleinood in ontvangst nemen uit handen van de destijds beroemde actrice Leslie Caron, hoofdrolspeelster in de filmversie van 'Assepoester'. Wie het schoentje past, inderdaad. Dat hij die schoen pas éénmaal won, was te wijten aan het reglement dat bepaalde dat eenzelfde speler
maar één keer verkozen kon worden.
Verder werd hij drie keer Belgisch topschutter bij Beerschot.
In 1953 kreeg Rik Coppens zijn mooiste internationale erkenning met een selectie voor het FIFA-elftal en speelde in het Olympisch Stadion van Amsterdam tegen Barcelona. Hij stond toen in een ploeg samen met Europese groten zoals Happel, Ocwirk, Hannapi, Vukas, Zebec, Kubala, Lorenzi, Boniperti en Nordhal. De 'Continentalen', zoals de ploeg ook genoemd werd, won met 5-2, met onder andere een doelpunt van Rik Coppens. In 1953 en 1955 werd hij ook Europees topscorer (sinds 1968 de Gouden Bal) met telkens 35 goals.
Tussen 1947 en 1959 speelde Coppens 47 keer voor de Belgische nationale ploeg en zou 21 doelpunten scoren.
De reden dat hij 'slechts' 47 maal geselecteerd werd voor de nationale ploeg, was omdat hij net als Mermans een centervoor was en dat deze laatste meestal de voorkeur kreeg.
Op de Wereldbeker 1954 in Basel, Zwitserland, behaalden de Rode Duivels een uitstekend resultaat tegen Engeland: 4-4! Maar niet de dribbels van de vermaarde Stanley Matthews sprongen in het oog, wél die van Rik Coppens. Hij voetbalde voor het vermaak en om uit te dagen. Coppens hield van jazz. Op en naast het veld. Ritme. Swing. Improvisatie. Speels. Inefficiënt. Treiterend.
Op 26 september 1954 speelde de kersverse Duitse wereldkampioen tegen België in Brussel. Coppens kleineerde Liebrich - volgens de FIFA de beste verdediger van het WK - met zijn goocheltrucs, schermde schertsend met zijn achterste en de Rode Duivels wonnen met 2-0.
Op 5 juni 1957 leverde Coppens tijdens de wedstrijd tegen IJsland één van zijn stunts af. Hij betrok toe André 'Popeye' Piters van Standard, in een unieke strafschop, die in twee tijden werd omgezet. Járen later deed Johan Cruyff dat fantasietje bij Ajax ook eens over met de Deen Jesper Olsen. Kreeg het nummertje van Cruyff veel meer aandacht, het was wel Rik Coppens die het allemaal bedacht had.
Zijn eerste interland was tegen Nederland op 13 maart 1949 en werd een gelijkspel 3-3. Zijn laatste interland op 4 oktober 1959, was ook tegen Nederland: de legendarische 'Feye-Moord': 9-1 in de Rotterdamse Kuip. Dat hij toen lachend van het terrein stapte samen met de Nederlander Faas Wilkes, die dag één van de grote kwelduivels van de Belgen, werd hem door de voetbalbond bijzonder kwalijk genomen. Hij werd daarna nooit meer geselecteerd voor de Rode Duivels...
![]() |
![]() |
1952: Rik Coppens wacht zijn beurt af, wanneer de Hertog van Gloucester de Belgische spelers de hand schudt vóór de match tegen Engeland op Wembley op 26 november (uitslag 5-0 voor Engeland). (Foto HLN) |
1954: Tijdens de wedstrijd tegen West-Duitsland op 26 september, zet Rik Coppens verdediger Liebrich al dollend voor de zoveelste maal op het verkeerde been.(Foto HLN) |
Na een interland riep een Italiaanse krant riep hem uit tot 'beste midvoor van de wereld'. En Europese topclubs als Inter Milaan, Napels en Barcelona wilden hem maar al te graag inlijven. Maar Coppens bleef op het Kiel, want daar lag het hart van deze altijd eenvoudig gebleven volksheld en allereerste Gouden Schoen.
Pas in 1961 schonk Beerschot zijn niet altijd even handelbare publiekslokker zijn vrijheid. Hij voetbalde nog even in eerste klasse bij Olympic Charleroi, Crossing Molenbeek (tweede klasse) en Berchem Sport, om dan trainer-speler te worden van Tubantia Borgerhout en vervolgens coach bij Berchem Sport (1971-'74, met al in zijn eerste seizoen promotie naar eerste klasse), bij 'zijn' Beerschot (1974-'77) en opnieuw bij Berchem (1977-'81).
![]() |
![]() |
1959: Spektakelman Rik Coppens in de vroegere Beerschot-trui in een match tegen St-Truiden. (Foto HLN) |
1962: Al loopt de carrière van Rik op het einde, ook bij Olympic Charleroi laat hij nog klasseflitsen zien. (Foto HLN) |
Coppens noemde zichzelf een anarchist, verdiepte zich in de wereldliteratuur en vond België een rotland. Een avant-gardistische jaren-vijftig-relschopper, overal en nergens thuis, die evengoed als kunstenaar door Europa zou kunnen zwerven.
Hij had het niet hoog op met scheidsrechters. En nog minder met politici. Ooit zag hij de toenmalige premier Van den Boeynants in de eretribune zitten. Die werd er op dat moment van verdacht overheidsgeld door te sluizen naar zijn vleesfabriek. Coppens vond er niets beter op dan de bal snoeihard in zijn richting te schieten. "Om Van den Boeynants het verschil te tonen tussen een voetbal en een gehaktbal" deed hij laconiek nadien.
Ook van journalisten had hij geen al te hoge dunk. Ook het vak van voetbalanalist - sinds enkele jaren een nieuwe beroepscategorie, speciaal in het leven geroepen voor werkloze trainers - zei hem niet veel.
Coppens was trainer van Berchem, Beerschot en Club Brugge. Toen hem ooit gevraagd werd naar zijn tactiek, antwoordde hij doodleuk: "De eerste helft speelde Berchem van links naar rechts, na de rust spelen we van rechts naar links.'' Coppens de clown.
Als coach weerstond Coppens moeilijk aan de drang om op training zelf een balletje mee te trappen. Dat mochten ook de spelers van Club Brugge ondervinden toen Coppens, sinds enkele maanden werkloos, in oktober '81 plots in Olympia neerstreek ter vervanging van Spitz Kohn. De toen al vrij precaire situatie waarin Club was verzeild onder de Luxemburger (voorlaatste in de stand met slechts 5 punten uit 10 wedstrijden), was echter nog penibeler geworden toen Coppens een halve competitie later (en na een 13 op 34) op zijn beurt de wacht werd aangezegd. Daarna moest hulptrainer Raymond Mertens alsnog de meubelen redden.
Na zijn échec bij Club Brugge ging Rik Coppens nog voor de duur van twee seizoenen (1982-'84) bij Beerschot aan de slag, maar het heilige vuur was er op dat ogenblik duidelijk uit bij de extraverte Antwerpenaar. Voor hij van zijn voetbalpensioen ging genieten, was Coppens nog heel even technisch directeur bij derdeklasser FC Kapellen.
Op 17 december 2002 werd in de Arenbergbergschouwburg de Sportfiguur 2002 van de provincie Antwerpen verkozen. Voetballegende Rik Coppens kreeg bij deze gelegenheid een bronzen beeldje van de Turnhoutse kunstenaar Jos Malfait voor zijn carrière.
In aanwezigheid van Vic Mees, René Morren, ex-Standard-speler Bonga-Bonga, Walter Meeuws, zijn familie en verschillende ex-voetballers, vierde Rik Coppens op 29 april 2005 zijn 75ste verjaardag met een ontvangst in het stadhuis van Antwerpen, waar hij van burgemeester Janssens de 'Chocoladen schoen' overhandigd kreeg.
Nadien mocht hij als eerste zijn biografie 'Ik, Rik Coppens' in ontvangst nemen ("Ha, ik krijg ook zo'n boek"), een werk van Karel Michiels en Frank Raes, dat een beeld geeft van de 'jongen van de Seefhoek' die de 'koning van het Kiel' werd, een idool van vele voetballiefhebbers en later een graag gehoorde studiogast.
Een monument heeft hij nog niet. Daarvoor moet hij eerst dood zijn. Maar dan zal het er snel komen. Daar zal die andere Kielse rat en vurige Beerschot-supporter, burgemeester Patrick Janssens van Antwerpen, zeker werk van maken.
Rik Coppens woont nog steeds, samen met zijn echtgenote Denise Van Schil, op het Kiel, met zicht op den 'Beerschot', het Olympisch Stadion waar hij het grootste deel van zijn opmerkelijke carrière doorbracht
![]() |
![]() |
1965: Ook bij Crossing Schaarbeek schreef Rik nog een hoofdstuk bij voor zijn reeds indrukwekkende biografie. (Foto HLN) |
1984: Rik Coppens is aan het laatste jaar bezig als trainer van 'zijn' Beerschot. (Foto HLN) |
ERELIJST :
Club:
* Topscorer van België in 1952 (23 goals), 1953 (35 ) en 1955 (35), steeds bij Beerschot.
* Eerste Gouden Schoen in 1954.
* 246 Goals in 416 eersteklasse-wedstrijden
* Selectie voor het FIFA-elftal in 1953 (tegen Barcelona)
Trainer:
* Promotie naar eerste klasse met Berchem Sport na het seizoen 1971-72.
Nationaal elftal :
* Deelname aan de Wereldbeker 1954 in Zwitserland.
* 47 Caps (uit 50 selecties)
* 21 Goals
Diverse:
* Sportfiguur 2002 van de provincie Antwerpen.